Box 3: wie betaalt de rekening?
(een opiniestuk van Jasper Werts inzake het Box 3 moeras)
De politiek noemt het een technische hervorming. Voor veel Nederlanders is het gewoon de vraag: hoeveel geld ben ik straks kwijt?
Box 3: het fiscale hoofdpijndossier
Box 3 is al jaren het fiscale hoofdpijndossier van Nederland. Eerst werden burgers belast op een rendement dat ze helemaal niet hadden gemaakt. Toen kwam de rechter in actie. Daarna volgden herstelregelingen, tegenbewijs, nieuwe regels en opnieuw discussie. En nu komt het kabinet met de volgende oplossing: vanaf 2028 moet het werkelijke rendement op vermogen worden belast.
Dat klinkt eerlijk. Sterker nog: het klinkt logisch. Wie rendement maakt, betaalt belasting over dat rendement. Wie geen rendement maakt, zou niet moeten worden aangeslagen voor een fictieve winst.
Maar wat is werkelijk rendement?
Maar zoals zo vaak in Den Haag blijkt het achter de eenvoudige slogan een stuk ingewikkelder. Want wat is ‘werkelijk rendement’?
Stel, u bezit een woning die dit jaar € 50.000 meer waard wordt. U heeft geen huurinkomsten en u verkoopt de woning niet. Er komt dus geen € 50.000 op uw bankrekening. Toch kan die waardestijging fiscaal wel relevant worden.
Of neem uw aandelenpakket. Vandaag staat uw portefeuille € 30.000 in de plus. Morgen kan de beurs een paar procent dalen en is een flink deel van die winst verdwenen.
De overheid ziet de winst op papier, terwijl de burger het risico draagt. Dat is geen detail. Dat is een fundamentele keuze. En precies daarover zou het politieke debat moeten gaan.
Want waarom belasten we vermogen eigenlijk? Omdat het inkomen oplevert? Omdat vermogende Nederlanders meer kunnen bijdragen? Omdat inkomen uit vermogen anders wordt behandeld dan inkomen uit arbeid? Of simpelweg omdat de schatkist geld nodig heeft?
Alle vier de argumenten zijn politiek verdedigbaar. Maar ze leiden niet noodzakelijk tot dezelfde belasting. Daarom is het te gemakkelijk om box 3 te presenteren als een technisch probleem dat opgelost kan worden met een nieuw rekenmodel.
Het is geen technisch probleem. Het is een politieke keuze.
Een keuze die gevolgen heeft voor spaarders, beleggers, verhuurders, ondernemers en gepensioneerden. Voor iemand met een groot vermogen zijn de bedragen misschien overzichtelijk op te vangen. Voor iemand die jarenlang heeft gespaard voor later kan een hogere belastingdruk echter rechtstreeks ten koste gaan van zijn financiële zekerheid.
Daar komt nog iets bij: vertrouwen.
De overheid vraagt burgers om hun financiële leven zorgvuldig te plannen. Sparen voor hun kinderen. Een pensioen op te bouwen. Een woning te kopen. Een buffer aan te leggen. Maar hoe plan je als de fiscale spelregels voortdurend veranderen?
Het ene jaar is een bepaald rendement het uitgangspunt. Vervolgens blijkt dat uitgangspunt juridisch niet houdbaar. Daarna komt een tijdelijke regeling. Dan een nieuwe wet. En voordat die goed en wel is ingevoerd, ligt alweer de volgende variant op tafel.
Voor de burger voelt dat niet als beleid. Het voelt als een experiment waarvan de rekening steeds bij dezelfde deelnemer terechtkomt. Natuurlijk moet vermogen worden belast. Daar valt uitstekend over te discussiëren. Een samenleving kan heel goed besluiten dat iemand met veel vermogen een grotere bijdrage levert aan de publieke voorzieningen. Maar dan moet de politiek daar eerlijk voor uitkomen.
Zeg dan: wij vinden dat vermogen zwaarder moet worden belast. Dat is tenminste duidelijk. Wat niet helpt, is doen alsof een ingewikkeld nieuw systeem vanzelf eerlijk is omdat het ‘werkelijk rendement’ heet.
Een belastingstelsel moet niet alleen juridisch houdbaar zijn. Het moet ook begrijpelijk zijn voor de mensen die ermee te maken krijgen. En het moet recht doen aan het verschil tussen daadwerkelijk inkomen en een papieren waardestijging.
Daarom zou het kabinet minder energie moeten steken in het steeds opnieuw dichtplamuren van box 3 en meer in de vraag die eraan voorafgaat: Wat vinden wij in Nederland een eerlijke verdeling van de belastingdruk?
Dat gesprek mag best stevig worden gevoerd. Maar laten we het dan ook voeren zonder fiscale mist. Want uiteindelijk gaat box 3 niet over percentages, forfaits of ingewikkelde formules. Het gaat over iets veel eenvoudigers: wie betaalt de rekening — en waarom?





